Actueel

Dichter Maud Vanhauwaert over Zinvol leven

Op het scherpst van de snede debatteren “…dat kan nuttig zijn om vervolgens tegenstellingen te overstijgen. Maar dat lukt alleen als er goed naar elkaar geluisterd wordt. Dit is niet meer evident, nu we in een maatschappij leven waarin we elkaar in snedige twitterberichten vaak de maat nemen.”

“Zit niet als blokken cement tegenover elkaar’
Open staan voor de ander door te luisteren zou onze houding moeten zijn, maar dat wordt door dogmatisch denken over identiteit ondermijnd, stelt dichter Maud Vanhauwaert. ‘Een copernicaanse omwenteling is nodig.’

De grootste kracht die iedere mens heeft, is zijn verbeelding. Die kan je nooit worden afgenomen – je kunt een arm of been verliezen, of je vrijheid wanneer je in een cel belandt, je familie kan wegvallen, maar altijd heb je je verbeelding. Het is de mentale ruimte waar je naartoe terug kunt om te dagdromen. Daar haal ik mijn grootste geluk uit, ik blijf me over onze verbeeldingskracht verbazen. Waar ik me zorgen over maak, is dat mensen tegenwoordig zozeer geprangd zitten in hun dagelijkse sleur dat ze geen tijd meer hebben om zich in die ruimte te begeven.’

Als 36-jarige zit de Vlaamse dichter Maud Vanhauwaert in het spitsuur van het leven – met haar vriendin (‘die werk met cijfers doet, het omgekeerde van waar ik mee bezig ben’) deelt ze de zorg voor hun 1-jarige dochter; ze hebben een monumentaal, nog flink te verbouwen pand in de Antwerpse binnenstad betrokken en onlangs heeft ze een punt gezet achter twee jaar stadsdichterschap, waarin ze bezeten met haar werk is bezig geweest: ‘De meest intensieve jaren van mijn leven.’ De neerslag van die bezetenheid is te vinden in Het stad in mij, volgens deze krant een ‘bruisend en schitterend vormgegeven’ boek, gemaakt met ‘opgetogenheid die de ernst niet buitensluit’.

Haar jeugd brengt ze door op afstand van het grote Antwerpen, in het provinciestadje Veurne, nabij de grens met Frankrijk. Haar vader, huisarts, is haar eerste inspirator: ‘Ik was onder de indruk van de schetsen van overleden patiënten die hij voor begrafenissen schreef en van zijn speeches op familiebijeenkomsten. De fascinatie voor taal kreeg ik zogezegd met de papalepel ingegoten.’ Haar jeugd verloopt harmonieus, al vinden nogal wat klasgenoten van het plaatselijke Bisschoppelijk College der Onbevlekte Ontvangenis haar, zo vermoedt ze, ‘een irritant strebertje. Ik zat altijd met het vingertje in de lucht en kon voorafgaand aan een les wereldoriëntatie extra informatie aan de leraar doorspelen. Dat streberige heb ik nog altijd. Wellicht komt het voort uit onzekerheid, die ik als de motor van mijn creativiteit zie.’

Een eerste gepassioneerde liefde met een vrouw op haar 23ste ziet ze als ‘een kantelpunt’ in haar leven: ‘Ervaringen met jongens waren soms fijn, maar lieten me ook vreemd onverschillig. Een docent op het conservatorium, waar ik woordkunst studeerde, zei op een keer dat de liefde het grootste thema van het leven is. Ik herinner me dat ik me toen oprecht vroeg: is dat wel zo? Pas later, toen ik door de breuk met die vriendin liefdesverdriet ervoer, viel veel in zijn plooi.’

In de voorbije vijftien jaar heeft ze dichten gecombineerd met enkele malen per week optreden voor een publiek: ‘Zoals zovelen zit ook ik vol paradoxen. Deze houdt mij in beweging: slingeren tussen dat eenzaam zoeken naar mogelijkheden op papier en de overgave aan het optreden, waarin de mogelijkheden zijn uitgekristalliseerd.’ Optreden is voor haar ‘een uur lang geen zorgen, een trip waarin alleen dat moment telt’; dichten is daarentegen ‘een reis door tijd en ruimte. Het brengt je naar momenten en plekken die je niet eerder vermoedde.’

Wat is een zinvol leven voor u?
‘Voor mij is daarvan sprake als het leven genoeg momenten bevat van intens geluk waarin je loskomt van je menselijke beperkingen en je verkeert in het bovenmenselijke. Momenten waarop je het gevoel hebt dat je jezelf kunt verliezen in iets dat jezelf overstijgt. Bijvoorbeeld als je iets ziet van een onwaarschijnlijke schoonheid – in de natuur, in een ander, in een kunstwerk. Wanneer ik tal van uren met mijn poëzie bezig ben, lijkt het alsof ze mij opslokt en ik er zelf in verdwijn; alsof mijn ego niet meer van tel is. Anderen hebben dat bij een yogasessie, bij het staren naar een dobber op het wateroppervlak of ze zoeken het in God. Jezelf vinden door jezelf te verliezen, daarin schuilt een mooie tegenstrijdigheid.’

Wat is er zo aantrekkelijk aan dat verliezen?
‘We zijn de hele dag bezig met kleine dingen: koffiezetten, naar het postkantoor, een wasje doen, een vergadering – die stroom houdt nooit op. Het gaat om loskomen van je eigen prullerige leventje dat per definitie tot frustratie leidt, omdat er altijd nog een rekening moet worden betaald. Als je daarvan kan loskomen en bijvoorbeeld in een gesprek met iemand voelt: ah ja, het gaat niet meer over jou of mij, maar over iets groters, een energie die er tussen ons ontstaat, een wolk waarin we even kunnen verkeren, dan voel je je wezenlijk met de ander en het geheel der dingen verbonden.

‘Dat klinkt misschien spiritueel, maar zo bedoel ik het niet. Ik bedoel het eerder op een bijna wetenschappelijke manier – verbondenheid, omdat we allen clusters van atomen zijn. Als je mensen doorvraagt op dit soort bovenmenselijke ervaringen, kom je uit op de eeuwige zoektocht van de mens naar verbinding met het geheel der dingen. Die kun je al op een eenvoudige wandeling ervaren. Onlangs liep ik in een park met machtige, eeuwenoude bomen. Die gaven me het gevoel met het geheel een te kunnen worden. Op zo’n moment voel ik me heel klein en machtig tegelijk, want die bomen worden groots omdat ik ernaar kijk.’

Hoe werkt die verbinding met het geheel der dingen?
‘Laatst las ik in de Essays van Montaigne. Om me als 36-jarige vrouw in het Antwerpen van de 21ste eeuw plots verbonden te weten met een 16de-eeuwse Franse kasteelheer, dat is zo wonderlijk. Die verbinding lukt, omdat hij een zin schrijft waarin ik kan gaan liggen, omdat hij iets exact verwoordt zoals ik het ervaar. Dat is een verbinding door tijd en ruimte, waar ik kippenvel van krijg, nu ik erover spreek. Dat zijn de momenten die het leven voor mij zinvol maken. Niet alleen omdat ik me met die ander verbonden weet, maar ook omdat ik via hem dat met alle mensen ben – met het menselijke en dus met wat alles met elkaar verbindt, het kosmische. Dat ervaar ik vaak in kunst.’

Dat kan dankzij taal. Toch staat die ook vaak ware ontmoetingen in de weg, schrijft u.
‘Ik heb het dan vooral over gesproken taal. Die leidt vaak tot misverstaan. Wanneer ik iets zeg, wat hoort die ander dan? Je hebt eigenlijk geen idee. Praten is vaak een wirwar van misverstanden. Als ik het mezelf hoor doen, merk ik hoe zinnen beginnen, maar dan los in de lucht blijven hangen. Als schrijver kun je de illusie hebben van meer controle, omdat je weloverwogen kiest waar je woorden neerzet. Maar dan nog blijft de onzekerheid over hoe iemand het tot zich neemt – je moet maar vertrouwen dat diegene er iets kan uitplukken.

‘Als lezer kan ik door zinnen enorm worden getroffen. Wanneer je voelt dat er door iemand zo aan is gewerkt dat de zin werkt als een mechaniekje waar geen enkel schakeltje bij of af moet, dat perfect in elkaar steekt. Dat kan me ontroeren. Voor mij is een zinvol leven ook een leven vol zinnen, al klinkt dat misschien als een beetje flauwe boutade.’

BOEKTIP HET BOEK DER RUSTELOOSHEID, FERNANDO PESSOA
'Dit is een boek dat je een heel leven met je kunt meedragen. Het is een verzameling van filosofische beschouwingen, poëtische notities en grappige observaties. Voor mij werkt het boek echt magisch: elke keer als ik het op een willekeurige pagina opensla lees ik iets dat net op dat moment in mijn leven relevant is en dat mij een nieuw inzicht geeft.’

Wat vermag de poëzie op dit vlak?
‘Voor mij is het de meest reflexieve manier om taal te gebruiken. Poëzie werkt vaak ontregelend, het gaat in tegen het logische denken. Mijn doel is daarbij niet te enerveren of onderuit te halen. Door ontregeling hoop ik iemands denken in beweging te zetten. Poëzie geeft de mogelijkheid te wrikken aan onze vaste structuren. Neem alle binaire tegenstellingen in onze taal, zoals het denken in mannen en vrouwen, of in wit en zwart. Daarmee zijn we de mensheid voortdurend aan het opsplitsen. De taal dringt ons categorieën op en heeft zo grote macht over ons. Kant (Duitse filosoof, 1724-1804, red.) zei al dat we de wereld door taal zien. Onze blik wordt door structuren en categorieën vervormd, waardoor ik bijvoorbeeld nooit echt bij deze plant kan komen.’

Wanneer vormt dat een probleem?
‘Ik zal een voorbeeld geven. Onlangs was ik op een debatavond met als titel ‘Het einde van de witte wereld’, waar wel tweeduizend mensen op afkwamen en dat op het scherpst van de snede werd gevoerd. Dat kan nuttig zijn om vervolgens de tegenstellingen te overstijgen. Maar dat lukt alleen als er goed naar elkaar wordt geluisterd. Dat is niet meer evident, nu we in een maatschappij leven waarin we elkaar in snedige twitterberichten vaak de maat nemen. Die avond beangstigde me, omdat de wig tussen wit en zwart alleen maar nog verder in het probleem werd gedreven door al te dogmatisch denken. De taal is een verraderlijk medium. Voor je het weet spreek je met dezelfde woorden een andere taal.’

Hoe zou het anders kunnen?
‘Niet het cultiveren van de eigen identiteit zou voorop moeten staan, zoals je nu overal ziet, maar het cultiveren van de nieuwsgierigheid naar de ander. Dat is fundamenteel. We hebben in mijn ogen een soort copernicaanse omwenteling nodig naar het belang van nieuwsgierigheid. Die moet beginnen met luisteren naar de ander. Vervolgens kun je je afvragen of je het ermee eens bent en eventueel je identiteit herdefiniëren. Dat is ook een manier om jezelf te vinden. Binnen de queercommunity kan ik me ook ergeren aan dat trots op jezelf durven zijn. Ik zie daarvan niet de waarde. Goed, dan ben je vandaag jezelf, maar hoe zit het morgen? Dan ben je alweer iemand anders. In mijn ogen zijn we voortdurend veranderende, onzekere wezens.’

Is iedereen onzeker?
‘Het hoort bij de condition humaine: als je met iemand wat langer praat, stuit je er altijd op. Sommigen overschreeuwen het, maar uiteindelijk is iedereen onzeker en hypersensitief. Daar kom je achter door de nieuwsgierigheid die ik bepleit. Natuurlijk kan iemand aanvankelijk zich bot voordoen, maar praat je door dan blijkt hij altijd een gevoelig, met veel zenuwen uitgeruste wezentje te zijn, bang voor kritiek. Dat wezentje verandert, afhankelijk van wie er tegenover hem zit. Ik ben anders bij jou dan bij mijn ouders of bij mijn vriendin. Een mens is fluïde. Ga je als twee blokken cement tegenover elkaar zitten, dan kun je alleen botsen. Hoe bijzonder is het dat je ook in elkaar kunt overvloeien, dat het niet meer duidelijk is waar jij begint en ik eindig en dat je zo voorbij je menselijke beperkingen kunt komen.’

We vinden het leuk als je dit artikel deelt.


Anastasia & Annemieke
Bevlogen trainers en coaches vol bezieling over het vermogen van luisteren. Anastasia vanuit de psychologie en Annemieke vanuit de communicatiewetenschap. Beiden hebben ruime ervaring in zowel profit- als non profit-organisaties.

Meer informatie?

We nemen snel contact met je op.

Versturen
Contact